Natte kerst

“Fuck.”

Ik wrijf vermoeid in mijn ogen en grijp naar mijn gsm. Eens ’t ding in mijn hand ligt te trillen, maakt het niet meer zo’n onmenselijk geluid als op mijn nachtkastje. Dat was als een drilboor die me uit een meer dan nodige slaap haalde. “Fuck”, mompel ik nogmaals, als ik kijk wie belt. Mijn moeder. Uiteraard. Kerstgedoe. En ik had beloofd om heel de dag te helpen met de voorbereidingen. Fuck, fuck, fuck.

Mijn ogen vallen opnieuw toe en ik laat mijn hoofd zachtjes landen op mijn warm kussen. Nee. Ik moet opstaan. Ik onderneem een poging om mijn oogleden weer open te krijgen, maar die gedragen zich als een garagedeur op elektriciteit tijdens een black-out. En gelijk hebben ze, op zich, want er zit op dit moment geen greintje energie meer in mijn lijf. Mijn maag protesteert wanneer ik me op mijn zij draai. Ik voel de fles wijn, die ik gisteren soldaat heb gemaakt, mee kapseizen bij elke beweging die ik maak. Geweldig idee ook, Luna, een goedkoop wijntje uit de nachtwinkel volledig voor jouw rekening nemen. Suf draai ik mijn hoofd naar de klok die naast de deur tegen de muur hangt. Half twaalf. Half twaalf, en ik ging om tien uur bij mijn moeder zijn.

Fuck.

Ik adem eens diep in en uit en licht mezelf dan uit bed. ’t Moet gezegd, muren zijn een fantastische uitvinding – een gigantische aaneenschakeling van looprekjes voor nog steeds ontnuchterende mensen. Voor ik het weet sta ik in mijn badkamer de gevolgen van een zware nacht te aanschouwen in de spiegel. Ik onderdruk een cynische giechel. Ik heb veel te veel momenten van reflectie – letterlijk en figuurlijk – voor een spiegel. Het geluid van de kraan doet me al verlangen naar de frisheid van ’t water. Ik maak een kommetje met mijn handen en doop mijn gezicht in de koude. Ik voel ik me op slag beter. Water. Nog zo’n fantastische uitvinding. Er zou meer erkenning moeten komen voor water. En voor muren.

Ik wandel terug naar mijn slaapkamer terwijl ik mijn gezicht afdroog met een handdoek. De kamer ruikt muffig en alcoholisch en ziet er echt als een mesthoop uit. Ik zet het raam open, voel de frisse wind door mijn geklitte haar en ga op de rand van mijn bed zitten. Ik zou moeten bellen. Als ik ’n beetje mijn best doe, geraak ik wel om één uur in mijn thuisstad. Ik slaak een zucht en kijk naar mijn verfrommelde lakens. Ik moet nog één ding doen alvorens ik onder de douche kan springen.

“Ben”, fluister ik. “Ben. Be-en.” Ik leg mijn arm om zijn slapende lijf heen en probeer hem om te rollen. De walm van tequila die vrijkomt wanneer zijn gezicht naar boven rolt maakt me zowaar nostalgisch naar… Een paar uur geleden. Zijn ogen blijven gesloten, maar er komt een protesterend, kermend geluidje uit zijn mond. “Ben, je moet gaan. ’t Is bijna middag en ik heb nog heel veel te doen.” Ben draait zich weg en grijpt mijn kussen nog wat steviger vast. Ik sla mijn ogen naar het plafond. “Ben, verdomme. Word wakker!” Niets. Geen reactie.

“Benedict. Komaan.”

Eindelijk beweging van onder de lakens. Traag maar zeker gaat hij rechtop zitten en wrijft hij als een schattig jongetje met de vuisten in zijn ogen. Na enkele seconden opent hij ze en nu kijkt hij naar de mijne. “Je weet dat ik niet wil dat je mijn volledige naam gebruikt, Nana”, zegt hij, en hij trekt zijn lippen scheef in een glimlach. Leuke glimlach. Sexy glimlach.

“En je weet dat ik niet reageer op Nana. Trouwens, ik vind Benedict wel iets hebben.”

Hij vindt nu de energie om luidop te lachen. “Je haat mijn naam. Je zegt gewoon dat je ‘m wel leuk vindt, omdat hij nu eenmaal ook bevat wat je ‘t leukst aan mij vindt.” Hij leunt voorover en trekt me dichter bij zich. “Of niet, soms?”, mompelt hij schor, terwijl hij mijn hand begeleidt naar de laatste lettergreep van zijn naam. “Hoezeer ik ook gesteld ben op je dick, Benedict, ik heb mijn moeder beloofd dat ik zou helpen vandaag. En alsof jij verder geen plannen meer hebt. ’t Is Kerstdag.”

“Het enige plan dat ik nog heb vandaag, is jou overtuigen om iets later naar je mammie te gaan.” Hij glijdt zijn handen onder mijn los slaapt-shirt en zijn warme aanraking geeft me meteen stijve tepels. Ik sluit mijn ogen en beslis dat ik nog vijf seconden mag genieten alvorens ik hem buitengooi. “Ik ben al bijna twee uur te laat”, zeg ik dan lachend, en ik duw hem weg. “Als je wil douchen, doe dan snel nu. Ik bel even naar huis. Maar daarna moet je echt weg. Sorry”, pruillip ik, en ik geef hem een kus. “Ik zie je vast volgend jaar wel.”

“Ha-ha”, lacht hij sarcastisch, “die mop wordt vast ook maar vijftien keer per seconde gemaakt.” Ik schud gniffelend mijn hoofd. Dat ik net om die reden de mop maakte, zou Ben nooit vatten. Dat maakt het zo gemakkelijk om niet voor hem te vallen. Hij loopt naar de badkamer terwijl ik mijn gsm zoek tussen de lakens. Ik zie dat mijn moeder nog twee keer heeft gebeld sinds de laatste keer dat ik keek. Ik neem mezelf voor een bos bloemen, of zo, op te pikken voor ik naar daar ga. Verder heb ik ook twee berichten. Een van Hanne, die vraagt wanneer ze me eindelijk nog eens kan zien, en een van Tom, die vraagt of onze lunchdate van vrijdag nog doorgaat. “Attent”, snuif ik binnensmonds, en ik wandel naar mijn raam.

Sinds die ene avond heb ik niemand van hen nog gezien. Niet Hanne. Niet Olivia. Niet Melanie. Niet Tom. ’t Was die laatste die vorige week vroeg of we eens konden praten. “Waarover?”, zei ik ijzig, toen hij ervoor belde. “Over het feit dat je achter mijn rug een van mijn beste vriendinnen neukte, terwijl je me had verteld dat alles met je ‘vlam’ voorbij was? Of heb je het liever over het feit dat je drie weken nodig had om te beseffen dat er iets te zeggen valt tussen ons?”

Hij zuchtte duidelijk aan de andere kant van de lijn. “Ik wist toch niet dat ze een vriendin van je was. Kom nu. Kunnen we afspreken?” Mijn hand klemde zich als een klauw om mijn gsm. “Moet je wel jammer gevonden hebben, dat ik ze kende, was vast geen deel van je plan”, siste ik, en ik slikte enkele scheldwoorden in. Ik wist dat Tom en ik moesten praten. Ik had zelf zoveel vragen. Ik zou ’t hem nooit zeggen, maar de voorbije drie weken waren een rommeltje geweest. Een anarchistische harmonie tussen alcohol, seks en verantwoordelijkheidsverzuim. Een zware adem ontsnapte uit mijn mond en ik probeerde te ontspannen. “Ik sms je wel waar en wanneer we kunnen afspreken”, zei ik verbazend kalm, en ik legde op.

De wolken zien eruit als een glazen potje watjes die allemaal krap bij elkaar zijn gepropt. “Geen witte kerst”, mompel ik in mijzelf. De regendruppels tikken nu tegen mijn venster. Eerder een natte Kerst, dus. Ergens ver weg hoor ik waterstralen in mijn bad kletteren en ik denk aan de knappe man die onder mijn douchekop staat. De gedachte eraan geeft me plots een erg brandend gevoel. Herinneringen aan de voorbije nacht zweven door mijn hoofd en vullen me met een verlangen naar meer. Zeker na dat sms’je van Tom. Willen of niet, het doet me nog heel veel. Afleiding is dus wel aan de orde. “Sorry, mama”, zeg ik nog in mezelf, alvorens ik mijn T-shirt en slip in mijn slaapkamer achterlaat en naar de badkamer wandel. De warme dampen slaan me aangenaam in het gezicht wanneer ik de deur open.

“Ben.”

Het douchegordijn – en een mond – gaat open. “Luna. Wat krijgen we nu?”

Ik stap in de badkuip en laat mijn handen over zijn natte, stevige lijf glijden terwijl ik met mijn mond langs zijn halslijn glijd. “Mijn moeder redt ’t nog wel even zonder me”, zeg ik, en ik duw mijn borsten tegen zijn borst. “Laten we eerst een nieuwe definitie aan het fenomeen ‘natte kerst’ geven, goed?” Ben grijnst en legt zijn handen op mijn billen. “Als ik je daar een plezier mee kan doen”, zegt hij zacht, met zijn lippen vlak onder mijn rechteroor. “Dat kan je”, fluister ik terug, en ik trek het douchegordijn opnieuw dicht.

Advertenties