Plottwist

Een zachte kreun klinkt uit mijn mond wanneer hij ruw mijn haar naar achter trekt. Ik sluit mijn ogen en voel hoe de kracht van zijn hand pijnscheuten door mijn lijf stuurt – en hoe graag ik ’t heb. Hij verzwakt zijn greep en begraaft zijn gezicht in mijn borsten. Met zijn tong glijdt hij speels van de ene tepel naar de andere. “Niet stoppen”, hijg ik, terwijl ik mijn nagels in zijn rug zet. Met mijn hielen duw ik zijn lichaam dichter bij ’t mijne – zijn eikel raakt nu de binnenkant van mijn dij, een aanraking die mij onmiddellijk doet verlangen naar gestoot. “Oké. Stoppen”, zeg ik deze keer, en ik duw hem recht. Ik zet mezelf af met mijn handen zodat ik nu recht voor hem zit. Hij lacht. “Je ogen”, zegt hij, en hij brengt zijn hand naar mijn gezicht.

“Hm? Wat?”

Mijn stem klinkt schor en iets of wat geïrriteerd – ik wil niet praten. Ik wil seks.

“Je ogen”, herhaalt hij, zonder mijn gezicht los te laten. “’t Zijn je ogen die me altijd exact laten weten hoe geil je bent.” Zijn vingers verschuiven van mijn gezicht naar mijn hals, en na enkele zachte stapjes, waarbij hij amper mijn huid aanraakt, belandt hij opnieuw bij mijn borsten. Zonder één seconde zijn ogen van de mijne te lossen, knijpt hij mijn rechtertepel fijn. “Hoe geil ben ik nu dan”, vraag ik wazig, terwijl mijn rechterhand speelt met zijn penis. Hij lacht nog eens en duwt me dan opnieuw op mijn rug. “Het antwoord op die vraag vereist een gedetailleerde beschrijving die dan nog steeds de kracht van je ogen teniet zou doen”, zegt hij, en hij laat zacht maar kordaat een vinger bij me naar binnen glijden. “Woorden zouden ’t alleen maar onrecht aandoen”, besluit hij, terwijl zijn krullende beweging me zelf doet krullen van genot.

“Stop dan met woorden”, hijg ik, en ik omhels zijn onderrug opnieuw met mijn benen. “Meer daden.”

Hij trekt speels zijn wenkbrauwen op en grijpt dan met beide armen mijn bovenbenen vast. Net voor hij op me gaat liggen, besef ik wat ik echt wil. “Nee”, zeg ik, en ik duw hem opnieuw recht. “In de nek. Eerst mijn benen in je nek.” Ik zie de opwinding flikkeren in zijn ogen en in één behendige beweging leg ik mijn benen op zijn schouders.

“Nu.”

Mijn bed kraakt meteen na de eerste krachtige stoot. Ik slaak een luide zucht en sluit mijn ogen terwijl mijn rechterhand verdwaalt naar mijn borsten. Ik knijp erin bij elke nieuwe beweging. Volgens het ritme. Ons ritme. Na enkele seconden voel ik zijn warme hand op ’t mijne. “Harder”, eis ik, terwijl ik mijn eigen hand laat wegglijden. Ik knijp de lakens fijn en voel hoe intens hij mijn borsten masseert en steeds zo diep mogelijk in mij wegzinkt. “Jezus”, zegt hij, en hij gaat sneller. “Harder”, zeg ik opnieuw, en ik zet mijn nagels opnieuw in zijn vel. “Dieper. Sneller.” Ik adem zwaar. “Meer.”

Een geluid. Hij stopt abrupt en volgt mijn blik naar mijn nachtkastje. Mijn telefoon. Hij gaat. Uiteraard. Alleen slimme mensen zetten die op stil, anticiperend op seks. Als ik honderd euro kreeg voor elke keer dat dat rotding een moment verpest, dan woonde ik verdomme in Brasschaat, bedenk ik me plots. “Ga je opnemen?”, vraagt hij, niet goed wetend wat hij moet doen – verder spelen, of even pauzeren? Duizend vloekwoorden zwermen als hyperactieve bijen rond mijn hoofd. “Laat me even zien wie het is”, zeg ik, en ik ga voorzichtig recht zitten. Op het moment dat zijn rug gefrustreerd mijn lakens raakt, neem ik op.

“Hoi”, zeg ik, en ik probeer mijn ademhaling onder controle te krijgen.

“Schat! Hey.” Mijn maag draait zich om bij het horen van het liefkozende woord – zowel van verliefdheid, als van pure, irrationele angst. “Ik belde je maar even om te vragen hoe alles is gegaan vandaag. Heb je ‘t gehaald?”

“Ik weet het nog niet”, zeg ik waarheidsgetrouw – ik ging pas binnen een dikke week weten of ik als stagiaire zou worden aangenomen. “We zullen wel zien.”

“Nou, ik hoop alvast dat ’t allemaal goed uitdraait. Ik weet hoe graag je daar wil werken. Zeg, stoor ik? Je klinkt buiten adem. Heb ik je gebeld terwijl je aan het joggen was?”

“Eh, ja”, lieg ik, al is seks een zekere vorm van joggen – gewoon eerder horizontaal. “Inderdaad, ik was even de stress van deze morgen eruit gaan lopen. Maar ik was bijna klaar, dus je stoort niet.” Ook een leugen.

“Oh. Nou. In ieder geval, ik wou gewoon even een update. Ik zie je morgen wel. Bij jou, hé?”

“Mmm”, hum ik instemmend, me plots erg bewust van de veroordelende blik van de man in mijn bed. “Ik sms je nog wel. Tot morgen, Tom, eh, schat.”

Hij haakt in en ik leg mijn gsm opnieuw op de nachttafel. “Zo”, zegt Ben, steunend op één ellenboog. “Ik wist niet dat je een liefdesfaçade aan ’t ophouden was tijdens onze neuksessies.”

“Zegt dan de man die nu al een dikke drie maand zijn vriendin bedriegt”, repliceer ik, en ik draai mijn haar snel in een dot die ik slordig vastbind met het rekkertje dat ik standaard om mijn pols gebonden heb. “Dat is anders, en dat weet je”, antwoordt hij, terwijl hij me opnieuw dichter naar hem toe trekt. “Mijn vriendin zit al een halfjaar koala’s te observeren in fucking Australië. Ik ben er bijna honderd procent zeker van dat zij daar ook al wel ondersteboven is gedraaid door één of andere gebruinde, blonde lokale adonis met een lelijk accent.” Hij draait met zijn wijsvinger cirkeltjes op mijn bovenbeen. “Jij ligt met je benen in mijn nek terwijl je hem morgen ziet. Hoe verklaar je dat?”

Ik staar afwezig naar mijn deur en leg mezelf naast hem neer terwijl ik nadenk over wat hij zegt. Ik had een verklaring, een die ik in vier woorden al gezegd kon hebben, maar hij zou het niet begrijpen. Hij zou doorvragen, en ik had geen zin om alles uit te leggen. Hij zou geen genoegen nemen met: om mezelf te beschermen. En ik zou geen genoegen nemen met zijn protesteren.

“Wat maakt het uit?” Reageer ik, en ik duw mijn voeten tegen de zijne. “Ik oordeel niet over jou. Wat geeft jou dan het recht om te oordelen over mij?”

Hij haalt zijn schouders op. “Goed punt”, zegt hij uiteindelijk, en hij slaat zijn arm om me heen. “Wat dacht je ervan om opnieuw minder te praten, en meer te doen?”

Hij duwt enkele haren uit mijn nek en plant harde kussen in mijn hals. “Van zo’n voorstel denk ik alleen maar goede dingen”, antwoord ik, en ik wrijf met mijn hand door zijn haar. Hij vindt mijn mond en kust me zo krachtig dat ik ademen door mijn neus zelfs moeilijk wordt. “Terug in de nek?”, vraagt hij, waarna hij meteen opnieuw de vrijgelaten lucht tussen onze lippen compenseert.

“In de nek”, zeg ik, en ik rol me op mijn rug. Het ritmische gekraak van mijn bed verdringt de gedachte aan Tom, de gedachte aan wat ik deed, de gedachte aan Ben, hoe hard die ook schreeuwen om de nodige aandacht. Het zachte kreunen van Ben herinnert me echter opnieuw aan ons afgesproken motto van de avond.

Minder praten. Minder denken.

Meer doen.

“Why does it feel so good, so good to be bad? ” – D. Guetta

Ik lig op Vincents borst cirkeltjes te draaien rond zijn navel. ’t Is stil. Af en toe schrikken we op van het wild rijden van een lijnbus over de kasseien, telkens hopende dat het ditmaal écht de laatste was – het is immers al half één ’s nachts.

De volgende dag zou Olivia me vragen hoe het in godsnaam kon gebeuren. Ik zou “kweenie. ’t Ene moment had ik mijn pintje vast, ’t ander zijn penis” antwoorden, en dat zou een volledig waarheidsgetrouw antwoord zijn.

Ik ging immers gewoon even langs om mijn trui op te halen, die ik enkele avonden daarvoor vergeten was bij Dries. Dat ik besliste om langs te gaan wanneer Dries er zélf niet was, is puur toeval. Dat ik de hele weg naar daar aan mijn broek frunnikte omdat ik mijn meest sexy string aanhad en dat ding nu eens echt niet comfortabel zit (vrouwen haten strings eigenlijk, weet je. Nu goed, deze vrouw toch. Voor niets goed, behalve dan voor een erectie) – absoluut niets te maken met het feit dat ik Vincent zou zien. Irrelevant. Randinformatie die je zo snel mogelijk weer mag vergeten.

Als er één ding is dat altijd op me werkt, dat mij prikkelt, mij doet tintelen en zinderen, me doet verlangen als een net gestopte roker naar een sigaret – dan is het zijn geur. Ik stap de ruimte binnen, hoor hem een flesje bier voor me opendoen en ga gewoon in de zetel zitten. De kussens zakken een beetje in terwijl hij me ’t pintje aanreikt en zelf zijn voeten op de glazen tafel in de living legt. “Pas op”, zeg ik, “dat gaat nog fout aflopen.” Hij volgt mijn blik naar de kleine cactus en lacht. “Ik kan wel tegen een stootje”, zegt hij, en om zijn woorden kracht bij te zetten schuift hij zijn kousenvoetjes nog iets dichter bij de prikplant. “Ik meestal ook wel”, zeg ik. “Meestal tegen meer dan één”, repliceert hij, en hij plaatst z’n bier aan z’n lippen.

Welgeteld twee seconden voel ik me slecht. Denk ik aan Dries. Aan zijn zachte vingers over de welving van mijn rug, zijn kusjes op mijn schouders, zijn schattige snurkjes als hij op zijn rug ligt te slapen. Twee seconden lang stel ik me zijn gezicht voor en doe ik mezelf beseffen wat ik op het punt sta te doen. Dan zet ik mijn pintje naast de cactus, kijk ik naar Vincent, doe ik zijn broek open en begraaf ik mijn gezicht in zijn kruis.

“Wat moet je toch met Dries?”

Hij heeft mijn hand vastgepakt en ’t weg van zijn navel en weer dichter naar zijn piemel toe genavigeerd. Het is de derde keer die avond dat hij die zes woorden in de mond neemt. De eerste keer was ongeveer vijf seconden nadat ik mijn mond om zijn ‘derde been’, zoals-ie het zelf zo graag noemt, gesloten had; de tweede keer terwijl hij mij op mijn buik draaide en mijn bh losmaakte. Nu, de derde keer, zei hij het fluisterend, alsof hij besefte dat ik de vraag ondertussen al genoeg gehoord had.

“Zwijg.”

Ik duw mijn lichaam tegen zijn warme lijf terwijl ik rustig met zijn penis begin te spelen. Zachtjes. Hij ademt zwaar in mijn oor. “Je zegt me niet zomaar dat ik moet zwijgen, weet je”, zegt hij, en hij grijpt mijn hand in een poging mijn grip op zijn lid wat te versterken. “Dan doe ik je wel zwijgen”, hijg ik – dat is wel degelijk mogelijk, om woorden te hijgen, of zo ondervond ik het toch – en ik kus hem vol op de mond. Jezus, ik kan er echt amper van over hoe goed die man kan kussen. Hij trekt aan mijn haar en duwt me recht, terwijl hij geen seconde mijn lippen loslaat. Hij positioneert mij daar waar elke man wel een vrouw gepositioneerd wil zien, en ik wil het, en hij wil het, en wij willen het, dus, nou, ja, daar zit ik dan, de huisgenoot van mijn semi-vriendje te berijden. ’t Is volledig donker in de kamer, maar ik weet exact waar zijn ogen zijn. Waar zijn lippen zijn. Waar alles is. Hoe alles is. Het is zo lang geleden dat ik nog eens ervoer hoe ’t is om met Vincent mijn hoofd te verliezen, mijn spraakvaardigheid, mijn ademhaling, gewoonweg alles. Wat een geweldig geheugen heeft-ie ook – zijn vingers in mijn rug zetten, in mijn nek bijten, mijn rug strelen, god, hij weet het allemaal nog – hoe hij subtiel meebeweegt op mijn ritme, maar weet hoe graag ik dat ritme zelf bepaal, hoe ik geniet van die macht.

En toch, toch had ik bijna, toen hij, in pure extase, zijn hoofd in mijn hals begravend, zijn handen mijn billen vastpakkend – toch had ik bijna, toen hij mijn naam samen met een lange zucht slaakte, bijna ‘Dries’ gezegd, in plaats van Vincent.

Of ik mezelf een beetje heel veel aan het verwarren ben met al die stiekeme escapades en foute (of juiste?) (of foute?) (of juiste?) beslissingen? Nou. Doe ’n gok.

“Als Dries dit te weten komt, dan hang ik, weet je”, zegt-ie, nadat we twee minuten in stilte ons sekszweet hebben laten opdrogen. Ik besef maar al te goed wat Vincent zegt. Ik hang ook, als Dries dit ooit te weten komt. Maar het voelt zo goed om zo slecht te zijn, en ik weet niet hoe het komt – David Guetta en ik hebben die eigenschap gemeenschappelijk (even een kleine bekentenis: dat nummer haalt echt de slechtste, meest extatische, vreselijkste dance moves in mij naar boven) (als ik er dan nog bij begin te zingen, dan, nou ja, je snapt het wel). Ik ga op mijn ellenboog steunen en streel over zijn wang. “Ik weet niet wat ik met Dries moet”, zeg ik, eindelijk zijn vraag beantwoordend. Hij knikt en trekt me dichter. “Zorgen voor morgen. De laatste bus is nu écht al wel voorbijgereden, denk ik, en jij hebt me van mijn laatste greintje energie geroofd. Slaap lekker, kleine.” Welgeteld een halve minuut duurt het vooraleer hij van me wegrolt en aan de andere kant van het bed belandt. Ik besluit nog even naar mijn gsm te kijken alvorens dan maar de grote lepel te spelen om alsnog van zijn warmte te genieten – ik herinner me namelijk nog perfect dat Vincent een groot probleem heeft met het delen van de dons, dus dan moet hij maar kachel spelen. Ik zie twee sms’jes van Dries. In ’t één vertelt hij me een grappige anekdote over de man die voor hem stond aan te schuiven in de frituur, en het is écht wel een grappig verhaal; in ’t ander vertelt hij dat hij nu duizend keer liever naast mij in zijn eigen bed zou willen liggen in plaats van in het logeerbed van z’n ouders, waar hij het hele weekend verblijft om hun huis wat te helpen renoveren.

Schuld bekruipt me en omarmt me op hetzelfde moment dat ik mijn armen om Vincent leg. Ik knijp in zijn hand en doe alsof het m’n eigen hand is, alsof ik mezelf tevergeefs wil wakker maken en wil doen beseffen dat ik echt iets verkeerds heb gedaan. Aan het doen ben.

Toch zou ik die volgende morgen in hetzelfde huis als enkele avonden daarvoor wakker worden. Alleen zou ik uit een andere slaapkamer komen, met de geur van een ander in mijn lijf gebrand.