Handkram & hartkramp

“Volgende, alsjeblieft.”

De verveelde stem van de kassierster rukt mijn ogen weg van de man voor me. ik zet enkele stappen vooruit en sta nu vlak naast hem – hij kegelt zelfzeker zijn enige boodschap in ’t plastieken zakje dat hij ervoor aanschafte. Logisch ook – niemand loopt graag te koop met een jumbopack condooms, open en bloot, in de straten van een grootstad. Al had ’t me van deze man niet verbaasd. Niet in ’t minst.

“Voor mij ook een zakje, graag”, zeg ik, en ik vraag me af of hij mijn stem zou herkennen.

Uit mijn ooghoek zie ik dat hij bij de balie blijft staan wanneer ik mijn zakje vul met de ingrediënten voor mijn pasta pesto vanavond. Ik werp nog een beleefde glimlach naar de iets minder beleefde vrouw achter de kassa en draai me dan uiteindelijk naar hem toe. Hij staat naar me te staren, met een scheve, zelfingenomen glimlach. Zak.

“Dag, kleine.”

Vincent buigt voorover en plant een kus op mijn wang. Ik blijf staan. Zijn aanraking doet me niets. “Wat moet jij in Brussel?”, vraagt hij, zonder één seconde de glimlach op zijn gezicht te verliezen. Mijn vuist jeukt om enkele tanden uit zijn lachende mond te slaan. Niet dat ik dat zou kunnen. Maar ik zou het heel graag willen kunnen.

“Wat moet jij met zoveel condooms?”, repliceer ik. Vincent had geen zaken met mijn aanwezigheid in Brussel. Niemand, eigenlijk. Niemand hoeft te weten dat dit mijn zevende sollicitatiegesprek in één week is. Niemand. Niet Hanne, niet Olivia, niet Melanie. Jezus, zelfs Tom niet.

“Wat ik er mee moet? t Is niet per se een kwestie van moeten, eerder een kwestie van kunnen; ik kan er baby’s mee vermijden”, antwoordt hij, zonder een kik te geven.

Zak.

“Hoe, is Tine nog niet toe aan kindjes dan? Ik dacht dat ’t vrij serieus aan ’t worden was tussen jullie twee”, zeg ik cynisch, en ik maak aanstalten om de supermarkt buiten te wandelen. Flashbacks naar die avond met Dries, in die Brusselse bar, waar ik voor ’t eerst te horen kreeg dat Vincent niet alleen mij, maar ook een zekere Tine naar z’n noten liet grijpen, glijden door m’n hoofd.

“Wacht”, zegt hij, en hij grijpt naar mijn hand. Ik probeer mijn hand los te trekken, maar Vincent houdt ’t stevig vast. “Wacht”, zegt hij, deze keer zachter, en hij trekt me een paar stappen dichter.

“Vincent, dit is niet grappig. Laat me nou los, ik heb hier echt geen zin i-“

Een steek van herkenning stokt mijn woorden wanneer Vincent met zijn duim zachtjes 3 cirkeltjes draait in mijn handpalm, daarna een klein kneepje geeft, en daarna zijn hand terugtrekt. Hij vangt mijn blik, en laat ‘m niet los. En ik zit vast.

 

“Hier”, zegt hij, en hij reikt me een Gin-Tonic aan. “In mijn ogen het meest tijdloze drankje dat er bestaat.” Ik zuig aan het zwarte rietje terwijl ik zijn ogen blijf verleiden. Wat een stuk. Wat – een – snoepje. Hij lacht kuiltjes in zijn wangen en geeft met zijn linkerschouder een duwtje tegen de mijne.

“Zie je die twee daar?”

Hij knikt naar ‘t koppel-voor-één-nacht in de hoek van de tent. De sterke zeewind die sinds de zonsondergang was komen opzetten doet de vrouw haar niet echt flatterende jurk opfladderen tot aan haar heupen, maar deren doet ’t haar niet – ze richt al haar aandacht op het gevangenhouden van de tong van de man voor haar.

“Schattig”, zeg ik, met een kleine glimlach om mijn lippen, hoewel ik ’t liefst wou giechelen. Overenthousiasme doodt een eerste gesprek, wist ik, en ik genoot er zo van om mijn aandacht keer op keer door deze knappe adonis te laten veroveren.

“Ze hebben geluk gehad dat ze allebei even geïnteresseerd zijn in loslippigheid.” Hij nipt van zijn eigen GT en staart peinzend in de nacht. “Hier weet je dat echt nooit, of je gesprekspartner op dezelfde lijn zit. Je weet pas zeker dat de interesse wederzijds is wanneer je een kus probeert te stelen. Dan krijg je ofwel het deksel op je neus, ofwel een persoonlijke rondleiding doorheen de mondhygiëne van een ander.”

“Wat omschrijf je dat toch mooi grafisch”, lach ik, deze keer luidop. “Ik vind dat net leuk. Die spanning. Dat risico. Hoe langer ’t duurt om die lippen te veroveren, hoe leuker ’t uiteindelijk allemaal wordt.” Ik laat zelf nog wat gin door mijn lijf glijden terwijl de wind mijn haar opzweept en ik enkele zandkorrels langs mijn been voel zweven.

“Ik zal je eens iets vertellen.” Hij zet zijn cocktail op het dichtstbijzijnde tafeltje en steekt van wal. “Ik reis graag. Ben geen globetrotter, wel een amateur-avonturier. Nou, ik was ooit in Zweden, en heb daar iets gezien wat ik hier nog nooit gezien heb. Heel vernuftig, heel slim, heel subtiel. ‘Handkram’, heet ‘t.” Hij zwijgt even en wacht op mijn reactie.

“Mmm, ‘handkram’, oké. Ga door?”

“Als je in Scandinavië aan de praat geraakt met iemand die je wel kan bekoren, en je wil er misschien wel meer mee doen dan gewoon praten, dan moet je op een bepaald moment, heel subtiel, ’t hand van die persoon nemen, drie cirkeltjes draaien op de handpalm, eens goed knijpen en dan loslaten. Krijg je binnen de twee minuten een ‘handkram’ terug, dan is de interesse wederzijds. Zo niet, dan kan je rustig afdruipen. Zonder een blauwtje te lopen. Geweldig, toch?” Hij pakt opnieuw zijn Gin Tonic en houdt mijn blik vast.

“Wauw. Dat wist ik niet”, zeg ik, en ik ben oprecht geïnteresseerd in zijn verhaal. “Best wel slim.” Deze keer zet ik mijn GT weg en lach ik flirtend met mijn ogen. “Vol met weetjes, jij.”

“Je weet nog niet de helft, juffrouw. Nog niet de helft.”

“Zeg maar gewoon Luna”, zeg ik, en ik schud lachend mijn hoofd. “Juffrouw gaat me net iets te ver.”

“Aangenaam, Luna”, zegt hij, en hij steekt zijn hand naar me uit. “Ik ben Vincent.”

“Aangenaam, Vincent”, antwoord ik, en ik accepteer zijn hand. Na enkele seconden wil mijn vingers zachtjes terugtrekken, maar hij lost niet. Hij zoekt mijn ogen en ik voel zijn duim cirkeltjes draaien op mijn handpalm. Een warm gevoel gaat door me heen wanneer hij ook nog een klein kneepje geeft alvorens zijn hand te lossen.

“Handkram”, zeg ik, vooral omdat ik niet goed weet wat anders te zeggen.

“Wat leer je snel”, zegt hij speels, en hij neemt een kleine stap achteruit. “Nu gaan dus de ongetwijfeld spannendste twee minuten van m’n leven in.”

Ik lach. “Misschien moet je die Gin Tonic al maar op dat tafeltje zetten, voor de zekerheid. Je weet maar nooit.” Vincent schatert. “Wat, is mijn linkerhand niet goed genoeg voor je?”, zegt hij, terwijl hij effectief zijn glas wegzet. “Grijp je liever het hand dat koud en nat is van de zwetende ijsblokjes in mijn cocktail?”

“Niet per se dat”, zeg ik, en ik stap vooruit, tot ik vlak voor hem sta. “Ik heb gewoon graag één hand om mijn gezicht en één hand om mijn middel als ik aan ’t kussen ben.” Ik leg mijn beide armen om zijn nek heen en laat mijn lippen onder zijn rechteroor zweven.

“Als dat oké is voor jou, tenminste.”

“Meer dan”, fluistert hij terug, en hij plaatst één hand om mijn gezicht, één hand om mijn middel, en vindt mijn mond.

 

Ik schud mezelf los uit de herinnering en kijk nu heel strak naar Vincents ogen.

“Ik zie dat je je het nog herinnert”, zegt hij. “Dat strandfeest, god. Wat een nacht. Wat een ochtend. Wat een week.” Hij trekt flirterig zijn linkermondhoek omhoog. “Ik doe het zo opnieuw, Luna. Ik doe jou zo opnieuw. Ik bel je, ik sms je. Jij belt noch sms’t terug. Waarom? Is ’t door Tine? Tine is fijn, ja. Het werkt tussen ons. Maar jij…” Hij laat zijn blik langs mijn lichaam glijden en komt dan opnieuw uit bij mijn ogen. “Nou, laten we zeggen dat relaties ons nog niet tegenhielden in ’t verleden.”

“Mmm”, zeg ik, met een valse glimlach. Ik loop traag naar ‘m toe en streel met mijn hand zijn linkerarm, tot ik bij zijn vingers uitkom. Drie cirkeltjes, één kneepje, en los. Hij lacht. In zijn ogen lees ik succes. Ik lach terug, draai zijn palm naar boven en open zijn hand. Ik vis een euro uit het wisselgeld in mijn broekzak en leg die in Vincents hand.

“Hier”, zeg ik. “Ga er een geweten mee kopen.”

Ik wacht niet op Vincents reactie en wandel weg.

“Een euro?”, hoor ik ‘m zeggen, al schaterend, terwijl ik de roltrap nader. “Nou, dan kom ik er nog goedkoop van af. Ik wil niet weten wat jouw geweten moet kosten. Weet Dries ’t ondertussen al? Van onze nachtelijke activiteiten? Je mond om mijn lul? Nee? Denkt hij nog steeds dat ’t bij onschuldige kusjes bleef?

Ik probeer zijn stem uit mijn hoofd te blokken en wandel de roltrap zo snel mogelijk op.

“Je bent een hypocriet, weet je dat? Je veroordeelt mijn manier van leven, terwijl je geen haar beter bent. Jij bent net zoals ik, Luna. Hoe sneller je dat beseft, hoe beter.”

Het straatlawaai en de frisse lucht slaan me in het gezicht en ik haal opgelucht adem. En ik wandel. Ik wandel weg van de situatie. Weg van de herinnering. En ik smaak. Ik smaak zoute druppels in mijn mondhoeken.

Ik smaak bittere waarheden op mijn tong.

 

 

 

Advertenties

5 gedachtes over “Handkram & hartkramp

  1. Man, man, man. Deze avond je blog ontdekt, intussen al je posts gelezen. En honger naar meer. Meer. Meer van dit. ’t Geeft me zin om zelf weer te bloggen. Luna blogs good.

    Like

    1. Wauw, ik weet echt niet wat te zeggen! Behalve misschien dit: blog! Schrijf! Dit is ongeveer de 12de blog die ik in mijn leven heb gehad en de eerste waar ik echt tijd en energie in steek. Dit is wat ik wil doen. Eens je vindt waar je graag over schrijft, dan komt alles écht vanzelf. Ga ervoor! En laat ’t me zeker weten als je nog eens iets schrijft 😉

      Like

      1. Maar als schrijven je beroep is, kom je ’s avonds leeggeschreven thuis. Geef me goesting, Luna. En misschien, ooit. Ik hou je op de hoogte!

        Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s