Woensdag Tomdag (2)

“Mm”, mompelt Tom wazig. Hij zoekt opnieuw mijn lippen en trekt zachtjes met zijn tanden aan mijn onderlip. Er gaan een heleboel vragen door mijn hoofd terwijl hij met zijn ene hand mijn kin omhoog houdt en met z’n ander stevig aan mijn haar trekt. Vragen zoals “Is dit oké?”, “Beseft Tom wat hij aan het doen is?”, “Is dit een foute beslissing?” spannen de kroon – vragen zoals “Wat als het glas breekt?” en “Wat als ik plots oogcontact maak met een luiaard en de slappe lach krijg?” probeer ik te onderdrukken, wegens irrelevant en belachelijk. Tom verschuift nu de aandacht naar mijn hals en ik sluit vol genot mijn ogen. Geen vragen nu. Vragen zijn voor later. Actie.

Ik gooi mijn armen om zijn nek en schakel ons gekus een niveau hoger. Ik zou kunnen checken, maar ik ben er 98% zeker van dat er reeds een mooie erectie huist in zijn bordeauxrode broek. Tom probeert me opnieuw wat dichter bij ’t glas te duwen, maar ik heb ’t een beetje gehad met zijn dominantie. In enkele snelle passen heb ik de situatie omgedraaid en duwt nu Toms prachtig kontje tegen de glazen muur aan. Ik zweef met mijn lippen voor de zijne en trek mijn mond terug weg wanneer hij contact probeert te maken. “Niet doen”, fluistert hij, en inwendig kir ik van plezier. Ik duw mijn rechterknie zachtjes tussen zijn benen en sabbel op zijn rechteroor terwijl hij gulzig met zijn handen onder mijn truitje kruipt. Plots duwt hij me wat verder weg – al blijven zijn handen waar ze waren – en kijkt hij rond.

“Kunnen we dit wel doen hier?”

Ik herinner me de afwezige fotogenieke vogel aan de ingang van de zoo en ’t grote gebrek aan kinderwagens en jubelende peuters. De Antwerpse dierentuin had sowieso al geen succes op deze druilerige woensdag – laat staan in het vervallen, verlaten verblijf van de vleermuizen en de luiaards.

“Je bent toch niet bang, hé?”, zeg ik plagerig, terugdenkend aan enkele minuten geleden, toen hij me exact hetzelfde vroeg.

Hij beantwoordt mijn vraag door me dichter tegen hem aan te trekken. Hij duwt mijn jas van mijn schouders, mijn mooie, zwarte, zachte jas, die nu op de hoogstwaarschijnlijk vreselijk vuile vloer van de zoo terecht komt – en het kan me werkelijk niets schelen. “Jezus”, lacht hij in mijn oor, wanneer hij zoals altijd sukkelt met de sluiting van mijn beha. Ik trek zijn armen van onder mijn truitje en duw ze tegen ’t glas.

“Nog niet.”

Ik heb nog nooit een jongen gepijpt in een dierentuin. In een trein, in een concertzaal, in de toiletten van een vuil café, maar nog nooit op zo’n onschuldige locatie als de zoo. Mijn handen glijden langs zijn lijf, langs zijn borst, langs zijn navel, en eindigen ergens in zijn liesstreek. Ik ga met mijn knieën op mijn jas zitten. Het beste maken van een ongelukkige situatie, noemen ze dat – een vuile jas, maar pijnloze knieën. “Wacht”, zegt Tom plots als ik mijn handen op zijn riem plaats.

“Nee, serieus. Kunnen we dit echt wel doen? Wat als er iemand langskomt?”

Ik denk een seconde na over de twijfels van Tom. Dan ga ik opnieuw staan, plaats ik beide handen onderaan mijn truitje, trek ik ‘t over mijn hoofd, leg ik ’t bij mijn jas, en maak ik mijn rode beha los. Toms mond gaat open. Dan weer dicht. Dan weer open. En dan, na een kleine aarzeling, opnieuw dicht. Er speelt een ondeugend lachje om mijn lippen.

“Tja, dan zijn we er roodgloeiend bij”, zeg ik, terwijl ik Toms handen op mijn borsten plaats. “Laten we er dus voor zorgen dat ’t het risico waard is, niet?”

Wat ik ‘m niet vertel, is dat ik doodsbang ben. En dat ik ’t ook wel een beetje koud heb. Wat hij dan natuurlijk weer leuk vindt. Hij brengt zijn lippen naar mijn stijve tepels en de warmte doet deugd. Oké, niet alleen de warmte. Maar ’t is toch ook het vermelden waard. Ik wrijf door zijn haar terwijl ik zelf mijn hoofd in mijn nek gooi. ’t Is vreemd, maar niets voelt beter dan mijn lange haar op mijn naakte huid. Tom weet ‘t. Tom weet alles. En dus trekt hij met z’n hand mijn haar nog wat meer naar beneden. Aan de gespleten puntjes. Want ik ben nog steeds niet naar de kapper geweest

“Jouw beurt. Tijd om solidair te zijn.”

Voor de tweede keer duw ik Tom weer tegen ’t glas aan en plaats ik mijn knieën op mijn jas én mijn truitje. Deze keer protesteert hij niet als ik zijn riem losmaak. Hij zegt ook geen woord wanneer ik zijn broek tot aan zijn enkels trek, en kermt alleen maar een beetje wanneer ik zijn strakke boxer zijn broek gezelschap laat houden. Zijn penis staat fier rechtop naar me te kijken en glimt al een heel klein beetje. Ideaal. Net zoals ik ’t graag heb.

“God, Luna, je hebt er geen flauw idee van hoe geil dit eruit ziet.”

In alle eerlijkheid kan ik ’t mij perfect voorstellen hoe geil het aanzicht van bouncy borstjes en een mond die alles kan opzuigen is. Ik beslis er nog een schepje bovenop te doen door recht in Toms ogen te staren wanneer ik zachtjes cirkeltjes rond zijn eikel lik.

“Jezus, Loen!”

Tom kickt op oogcontact. Ik weet ‘t. Ik weet alles.

Even twijfel ik om zelf ook mijn broek naar beneden te trekken, mijn kont tegen zijn stijve te drukken en me hard langs achter te laten nemen, maar dat gaat me net een brug te ver. Of niet? Of wel? Ik denk aan mijn natte broek, aan mijn hand rond Toms ballen, maar ook aan de omgeving, ook aan de risico’s. Ik wil ‘t. Ik wil ’t écht. Maar wil ik het hier?

Ik sta op het punt om naar Toms mening te vragen wanneer ik zijn hand hard tegen ’t glas hoor knallen, zoekend naar evenwicht. Zijn ogen zijn niet langer gericht op mijn betere tongwerk, maar op ’t plafond. Ik besef dat hij dichtbij is. Ik verstrak mijn greep op zijn balzak en versnel mijn tempo. Ik kijk opnieuw naar zijn gezicht, en vang zijn blik. Ik stop niet. Niet met kijken, niet met pijpen, niet met knijpen. En hij probeert ’t wel, hij probeert zijn ogen op mij te houden, maar hij sluit ze uiteindelijk terwijl hij een lange en luide zucht slaat. Ik stop niet met zuigen tot ik ‘t allerlaatste orgasmedruppeltje geslikt heb.

Ik blijf op mijn knieën zitten en kijk zelfvoldaan naar Tom, wiens gezicht me vertelt dat hij nog steeds aan ’t recupereren is. Uiteindelijk beginnen zijn mondhoeken toch te trekken en helpt hij me al lachend recht.

“Zelfingenomen trut”, zegt hij, en hij slaat speels tegen mijn nog steeds hard staande tepels.

Ik sla mijn armen overdrijvend beschermend om mijn borsten heen en trek een compleet ongeloofwaardig kwaad gezicht. “En ik die net ging zeggen dat ik dat zoo-idee van jou achteraf gezien nog niet zo slecht vond.”

Tom lacht en reikt me mijn beha aan. “O, vond je dit al leuk?”, zegt hij, terwijl hij zijn boxer en broek in één ruk optrekt. “Wacht dan maar tot we de pinguïns hebben gezien. Wist je dat je die nu echt van op luttele centimeters kan zien? Je kan ze eigenlijk zelfs aanraken. Nu ja, dat mag natuurlijk niet, maar op zich, als er echt zo weinig volk is, en er is geen opzichter in de buurt, dan kunnen we…”

Ik trek mijn truitje over mijn hoofd en leg mijn haar opnieuw iets of wat in de plooi. Tom praat geanimeerd verder over pinguïns en otters, maar ik kan alleen glimlachend toekijken terwijl zijn woorden me passeren.

Ik heb absoluut niets tegen de zoo.

Integendeel.

Ik hou van de zoo.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s