Gipsworstelen

Ooit werd ik langs achter genomen op een vuile, oude, stoffige sofa in een scoutslokaal terwijl mijn ogen zich bleven fixeren op de dode muis in de hoek, als een stilleven, vergezeld van drie platgestampte blikjes Cara pils en een eenzame beschimmelde bitterbal. Uiteindelijk was ik zelfs genoodzaakt om ook deel uit te maken van dat armtierige landschap, toen er op de deur geklopt werd en mijn toenmalige vriendje niet snel genoeg zijn paal uit mijn lijf kon trekken. Dan was er ook nog die ene keer dat ik in een lege treinwagon een oude vlam aan ’t pijpen was en we zo op(en neer)gingen in het moment dat we amper de treinbegeleider binnen zagen komen, waarop ik zonder een woord te zeggen mijn kaartje liet controleren omdat ik anders sperma in zijn gezicht had gespuwd. In hetzelfde rijtje kan ik mijn avontuurtje in de strandcabine van mijn grootmoeder plaatsen, waar ik mezelf echt ontpopte als amazonegodin, maar wel wekenlang gehavende knieën had van de restjes zand die continu tegen mijn bovenbenen schuurden.

Ik zou het ook nog kunnen hebben over die keer dat ik in een toilet heel dringend op zoek was naar een muur om mijn evenwicht te herstellen, maar in plaats daarvan naar de wc-rol greep en zo dus een hele resem papiertjes naar beneden trok alsook mijzelf én mijn hitsige mannelijke compagnie. Om eerlijk te zijn, zou ik het nog over erg veel dingen kunnen hebben. Maar dit zijn de enige verhalen die in me opkomen terwijl ik probeer uit te dokteren hoe ik in godsnaam seks moet hebben met een man wiens rechterbeen in de gips zit.

Het is niet gewoon zijn voet die omringd wordt door een witte stevige brij – Dries zit praktisch tot aan zijn knie in de gips. ‘Lelijk gevallen’, lachte hij verontschuldigend, toen hij enkele minuten nadat ik aanbelde eindelijk aan de deur geraakte om me binnen te laten. Na drie dagen nadenken over een geschikt berichtje, besliste ik dat ik best gewoon even langs kon gaan. Het is dan ook indirect mijn fout dat Dries zijn been heeft gebroken. Het minste wat ik kon doen, was op ziekenbezoek gaan.

Mijn ogen scanden direct de ruimte, mijn oren zochten naar het geluid van zware voetstappen, mijn neus bestudeerde nerveus de in de lucht hangende geur, op zoek naar een snuifje Vincent. Maar hij was er niet. “Hij is er niet”, zei Dries dan ook luidop, en ik voelde me betrapt. Dries hinkte terug naar de zetel en klopte op de ruimte naast hem die vrij was. “O, wacht”, zei hij plots, en liet zijn hand over de vrije plek zweven, alsof hij die toch nog even bezet wou houden. “Neem anders eerst twee biertjes uit de koelkast. Als je dat zou willen doen.” Uiteindelijk nestelde ik me naast hem, met twee pinten, en trok Dries een grimas terwijl hij zijn zware been omhoog probeerde te heffen en vervolgens op mijn schoot liet neervallen. Hij glimlachte verontschuldigend, alweer. “Vind je het erg? Zo is ’t comfortabeler voor mij, en hoeven we toch niet ver uit elkaar te zitten.” Eerlijk is eerlijk, niets is onaantrekkelijker dan een hoop gips die al na drie seconden begint door te wegen op je benen, maar Dries keek erg lief, en ik wou ook lief zijn, en dus liet ik het maar getijen.

Ook toen hij mijn pintje op tafel zette, mijn nu vrije hand nam en het om zijn gezicht legde, liet ik ‘m zijn gang gaan. Ik voelde kleine stoppeltjes; hij had zich vast die morgen nog geschoren en kampte nu al met zwarte puntjes op zijn jukbeenderen. Uiteindelijk kuste hij de palm van mijn hand, iets wat ik nog nooit eerder had meegemaakt, iets wat kietelde, maar wel fijn was, en nu, op dit eigenste moment, probeer ik mezelf een weg rond zijn gips te worstelen en mijn benen rond zijn middel te klemmen zonder daarbij uit de zetel te vallen of het bier op het tafeltje vlakbij in een zee van gist te doen veranderen. Niet op het parket. Dat zou een boeltje zijn. Geen bier op het parket. Belangrijk.

Dries heeft mijn borsten met zijn beide handen reeds vast als twee goedgevulde schoteltjes, maar ik kan me niet concentreren op de prikkels die zijn vingers me geven. Ik moet me eerst even focussen op de broekknop. “Wacht, laat mij.” Dries verplaatst behendig zijn handen van mijn boezem naar zijn broek en probeert zich een beetje te rechten, al veroorzaakt dit een pijnlijke trek in zijn gezicht. “Kan je even…” Hij gebaart naar zijn losse broek en ik snap wat hij bedoelt. Ik duw mezelf recht en trek zijn broek uit. Ik probeer heel voorzichtig de gips door zijn broekspijp te laten glijden, maar Dries’ opgespannen armen vertellen me hoe gevoelig het alsnog is. “Kom nu hier”, zegt hij, en hij trekt me dichter. Ik ga terug op ‘m zitten en breng mijn lippen naar zijn prille stoppels en vind zo uiteindelijk de weg naar zijn lippen. Alles is plots zoveel lekkerder als voorheen. Dries grijpt mijn haar vast en trekt een beetje, iets waar ik helemaal wild van word, en ik begin erg zwaar te ademen. Ik laat me wat zakken, duw mijn borsten tegen zijn T-shirt aan en besef dat die barrière van stof moet verdwijnen. Ik wil zijn gloeiende huid voelen en ik wil dat zijn warme borst mijn tepels verschroeit. En dan doe ik ‘t. Dan wil ik mijn grip op zijn heupen wat verbeteren en duw ik mijn linkerbeen bruusk tegen zijn rechterknie aan. Waarop Dries het uitgilt. En ik niets anders kan doen dan een hele reeks sorry’s prevelen.

“Sorry, sorry, sorry, sorry”, zeg ik, terwijl ik zo voorzichtig mogelijk opnieuw probeer recht te staan om zijn pijn en frustratie alle ruimte te geven. “God, Dries, sorry, ik had voorzichtiger moeten zijn.” Dries zegt even niets en heeft beide armen om zijn rechterbeen gelegd, iets wat volgens mij niet erg veel uithaalt, maar vast psychologisch wel ’t idee geeft dat ’t helpt. Hij sluit enkele seconden zijn ogen, haalt dan diep adem en gaat recht zitten. Hij klopt opnieuw op het zitje naast hem. “Kom. Zit.” Als een gehoorzaam schoothondje wandel ik voorzichtig terug richting zetel en laat ik mijn billen zakken in het leder. Hij slaat zijn arm om me heen en ik rust mijn hoofd op zijn schouder. “Dat deed echt belachelijk veel pijn”, zegt hij, maar hij lacht, en geeft een kus boven mijn oor.

“Het spijt me echt.”

Hij draait krulletjes in mijn haar terwijl hij opnieuw een klein lachje laat horen. “Jij kan er niet aan doen dat je compleet je hoofd verliest vanaf je beseft dat er een sekspartijtje zit aan te komen, Loen. Voorzichtigheid is niet je sterkste kant.” Moet ik om lachen. Deels omdat ’t volledig de waarheid is, deels omdat hij ’t ook echt weet. Dries kent me al een beetje, en ik voel dat ik ’t oké vind, dat hij de kantjes van mij die ik ’t liefst in de schaduw laat stilletjes aan opnieuw in de zon trekt. Ik grijp naar onze ondertussen lauw geworden biertjes en reik hem ’t zijne aan. “Een aflevering Friends dan maar?”, zeg ik, en Dries zegt niets, maar knikt goedkeurend met zijn hoofd. “Als ik braaf ben, krijg ik dan op zijn minst enkele wrijfjes door mijn broek heen?”, fluistert hij uiteindelijk in mijn oor, als ik zijn laptop voor onze neus op het kleine tafeltje heb gezet. Ik trippel met mijn vingers van zijn buik naar zijn dijbeen, maar glijd dan met mijn hand opnieuw naar zijn gezicht.

“Wie weet”, zeg ik, “misschien zet ik straks wel eens mijn beste beentje voor. Als ’t je in ’t vervolg op de been houdt, tenminste.” Dries kijkt geamuseerd en begraaft vervolgens zijn hoofd in mijn haar. De ruimte vult zich met I’ll be there for you’s, een lachband, en een warm gevoel dat opstijgt uit mijn borst.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s