Aha-erlebnis

Ik trappel met mijn handen op ’t stuur en kijk ongeduldig naar de lange rij auto’s waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Ik wist dit. Natuurlijk wist ik dit. Het uur op mijn dashboard bevestigde het: kwart na zes. Avondspits. Ik was nog niet eens uit Brussel. Na nog enkele honderden meters te slabakken sta ik nu echt gewoon stil. Ik zucht, draai de motor af, trek de handrem op – alles gebeurt op automatische piloot, wat ik dan weer een grappige uitdrukking vind, automatische piloot, om handelingen in de auto te beschrijven. Ik ben een chauffeur. Geen piloot.

Mijn auto stinkt. Hij ruikt naar een kleine onverluchte slaapkamer waarin zonet drie of vier kerels in hebben geslapen. Een slaapgeur die je neus op een onprettige manier penetreert, gemengd met enkele zweempjes zweet en een hint van alcohol. Dat is exact waar mijn auto nu naar ruikt – het klopt tot in de puntjes, vast omdat het ook gewoon de waarheid is. Mijn wagen ruikt naar vervlogen mojito. Zelfs nadat ik deze middag wakker werd en de ramen een beetje naar beneden had gedraaid toen ik wat eten ging halen, bleef de geur present, als een parfum die diep in mijn zetels gekropen was – op dezelfde manier dat een nieuwe auto nog maandenlang naar ‘nieuw’ ruikt. Mojit’eau de toilette.

Het bericht stond nu al enkele uren ongeopend in mijn gsm. Ik kon perfect lezen wat er juist in werd gezegd, maar vertikte het om ’t te openen. Alsof het zo gemakkelijk was. Eén sms’je, en de kous is af.

Ik weet niet goed hoe het komt, en of het enigszins mogelijk is en dus niet volledig in mijn hoofd zit, maar een nachtje doorbrengen in een ondergrondse parking op de krappe achterbank van je auto levert bepaalde epifanieën op. Moest iemand het me vragen, zou ik echter nooit ontkennen dat enkele muntgodendrankjes aan de basis van deze aha-erlebnissen lagen. De weg terug naar mijn auto was alleszins wazig. Dries heeft nog getracht me een lift te geven met zijn fiets, maar die kon zelf amper nog wandelen, laat staan fietsen. Zijn overstap van biertjes naar gin tonics is me volledig ontglipt, en ik kan me ook niet herinneren wat ons deed gieren van het lachen tot aan het moment dat de barman ons kwam vertellen dat ze gingen sluiten – al wat ik weet is dat we ’t deden, lachen, lachen tot de vroege uurtjes, lachen met elkaar, om elkaar, door elkaar. Dries en ik zaten gevangen in elkaars lachsalvo’s- en salto’s en we kwamen pas terug op onze voetjes terecht toen onze trampoline ons abrupt deed ophouden met springen om het bordje met ‘open’ om te draaien naar ‘gesloten’. Hij fietste naar huis. Ik vleide mijn hoofd neer op mijn stoffen autozetels. Ik had het gevoel alsof ik nog steeds op de trampoline lag en nog steeds stilletjes op en neer veerde, dichter bij de sterren, verder van de sterren – alleen zag ik geen sterren, maar wel het achterbanklichtje in het dak van mijn wagen. Mijn hoofd tolde, en om de drie seconden vergat ik waar ik was, en dan besefte ik het weer, en dacht ik weer aan trampolines, om dan opnieuw bij het achterbanklichtje uit te komen. Het geheugen van een goudvis, dat was wat ik nu plots had, en was ik zelf ook niet gewoon een goudvis, die gevangen zat in zijn kom en in rondjes draaide – hetzij fysiek, hetzij mentaal?

Elk moment dat ik op de grens van die drie seconden kwam, nadat ik besefte dat de sterren het lichtje waren, maar vooraleer ik me alweer waande op een trampoline, kreeg ik dat eurekamoment, die epifanie, werd ik overvallen door een enorme waarheid die me helemaal inpakte en me beroofde van mijn adem. Ik dacht aan Vincent, ik dacht aan zijn Tine, ik dacht aan hem, aan mij, aan ons, aan het korte wij dat er was, en ik zag een potje vol schrijfgerief dat vlak achter een laptop stond, een laptop die naar achteren werd geduwd, een potje dat op de grond kletterde, een kakofonie aan pennen, fluostiften, alcoholstiften, potloden die de vloer kleurde. Ik zag iemand het potje oprapen en alle losse stiftjes er terug proberen insteken, maar ’t lukte niet, ‘t potje was plots te klein, of de stylo’s te groot, en schreef deze wel nog, en deze fluostift was al een tijdje zijn hoofd kwijt, zijn dop. Plots paste de inhoud niet meer in het potje, of schikte het potje zich niet langer naar de benodigdheden van de inhoud. Als zo’n potje valt, dan slaat je hart een tel over, dan springen je ogen uit je oogkassen, dan ben je verlamd na die bliksemschicht die eerst door je vingers schiet en zich daarna een weg baant naar je ruggenwervels om te eindigen in een ijskoude rilling. Het geluid doet je trommelvliezen ploffen. Het geluid vertaalt zich naar woorden die je liefst meteen weer vergeet, maar je toch dwingen een mojito te bestellen. De woorden kletteren op de grond en spatten uit elkaar in je hoofd. Maar ze vielen. De woorden vielen. ‘t Potje viel. Maar ’t moest vallen. ’t Potje moest vallen. Hoe wist je anders dat ’t potje toe was aan een herschikking? Hoe wist je anders dat je de woorden moest klasseren als een verre herinnering, een herinnering die je niet langer te binnen schiet, die je doet knippen met je vingers en je krampachtig naar de lucht doet staren, want, god, wat was dat nou weer, ik weet ‘t, ’t ligt op het puntje van mijn tong, echt, ik zie het zó voor me – maar dan klinkt een bulderlach, een goed nummer, een nieuwe gedachte, een ongeduldige magnetron, een ongeduldige gast op een onverwachte visite. Hoe wist je anders dat je de woorden evengoed kon achterlaten bij de restjes rietsuiker in ’t cocktailglas. Hoe wist je anders dat je de woorden perfect kon laten absorberen door de ter versiering dienende citroen op het randje van het tonicglas. Hoe wist je anders dat je ’t geluid van ’t kletterend vallende potje kon breken op een tapijt van nonchalance.

Die aha-erlebnis leek telkens een eeuw te duren, maar kwam gewoon in de vorm van een nanoseconde kippenvel, een flits van luciditeit. Dan was het achterbanklichtje er terug. Tot ook dat lichtje verdween, vervaagde van mijn netvlies, tot alleen de duisternis overbleef met af en toe een spikkel kleur – om toch die vering van de trampoline niet te vergeten.

Ik werd wakker rond de middag met een bonzende kop, een ongelezen sms en een stinkende auto. Een kop die nog steeds bonkt. Een sms die nog steeds ongelezen is. En een auto die nog steeds stinkt als de pest.

Twintig na zes. Vijf minuten mijmeren stond gelijk aan nul meter vooruitgang. Er moest wel iets gebeurd zijn. Ik stuurde best al even een sms naar Hanne dat ik de eerste cocktail, die om zeven uur gepland stond in onze vaste cocktailbar in Antwerpen, niet meer zou halen. Met één oog op de baan, want je wist maar nooit dat alles hier plots in gang zou schieten, viste ik mijn gsm uit mij handtas, en het was zo’n moment dat je meer dan eens meemaakt maar waarvan niemand ooit onder de indruk is als je het probeert te vertellen: net op dat moment kreeg ik zelf een bericht van Hanne, waarin stond dat ze haar best deed om er ten laatste om half acht te zijn. Ik haalde mijn schouders op, ik wist niet goed voor wie – Hanne kon ’t niet zien en wist dus ook niet dat ik “is niets, komt me alleen maar goed uit” wou zeggen. Ik typ snel die woorden in een sms’je terug en sta op het punt om mijn iPhone weer in mijn tas te mikken, als het plots opnieuw vibreert in mijn hand. Hanne? Dat zou erg snel zijn. Niet Hanne. Vincent. Die me nu dus voor de tweede keer vandaag virtueel lastig valt. Maar die deze keer wel iets nuttigs te zeggen had. Iets waar ik wel op zou moéten terugsturen.

11u32: Dries vertrekt binnen enkele dagen op zakenreis. Er is dus niemand thuis. Behalve ik. Wat denk je?

18u22: Goed, schrap dat maar. Vond hem zonet in de zetel. Zakenreis gaat niet door. Gisteren blijkbaar met zijn zatte kloten op de fiets gekropen en zijn rechterbeen gebroken. Gaat de vergaderingen via Skype bijwonen. Vanuit ons huis, dus. Kut. Andere keer?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s