Wat moet je toch met Dries?

Sommige koppels spreken bij hun eenjarig jubileum af op de plek waar ze hun eerste date hebben doorgebracht. Sommige mannen, of uiteraard vrouwen, plannen hun huwelijksaanzoek in het gezellige cafeetje waar ze elkaar voor het eerst diep in de ogen keken. Het is een cliché met de nodige charme, teruggaan naar de plek waar het allemaal begon om de volgende stap in de relatie te zetten of om het mooie parcours dat reeds is afgelegd met een brede glimlach te vieren. Ze proosten met hun glas op de mooie tijden en nemen dan een flinke slok van de cava van ‘t huis, een cavaglas niet alleen gevuld met bubbels, maar evenzeer met nostalgie. Mijn grootouders gaan nog elk jaar terug naar hetzelfde restaurant waar ze voor het eerst samen gingen eten. Elk jaar, op dezelfde dag. Ze verhuizen binnenkort naar Spanje, maar gaan ervoor zorgen dat ze elk jaar op die dag samen dineren in dat sterrenrestaurant aan de kust. Sommige koppels spreken bij hun eenjarig jubileum af op de plek waar ze hun eerste date hebben doorgebracht.

Anderen spreken dan weer af met exen om een laatste gesprek over de breuk te hebben in dezelfde bar waar ze elkaar voor het eerst betastten onder tafel. Ik kijk naar niemand. Wel naar iets. Een spiegel.

Ik draai de kraan open en bedenk me voor ‘t eerst dat het best gek is dat zo’n trendy loungebar nog geen automatische waterkraantjes heeft. Ik maak een kommetje van mijn handen en duw mijn gezicht in het kleine plasje water. Doet deugd. Heeft vast wel een groot deel van mijn foundation en mijn oogmake-up verwoest, maar de energieschok die het door mijn lichaam stuurde was het helemaal waard. Ik scan de ruimte op zoek naar een handdoekje en zie dan links van de wasbak een… Goed, ik weet het correcte Nederlandse woord niet direct, maar een ‘bak’ hangen die je papier geeft om je handen mee af te drogen als je er gewoon even naar wuift. De beweging die je moet maken heeft veel weg van de begroeting die Alida je altijd gaf op Ketnet vroeger. Hey, fa. De druppels glijden ondertussen van mijn gezicht en kletteren op de grond terwijl ik de ene na de andere poging onderneem om dat verrekte papier uit die verrekte bak te krijgen. Traag. Snel. Van links naar rechts. Van rechts naar links. Er gebeurt niks. ‘Stik erin’, mompel ik, en ik ga snel wat wc-papier halen in het toilet. Dries vraagt zich vast af waar ik blijf. De spiegel vertelt me dat ik er niet goed aan heb gedaan om verfrissing boven opfrissing te kiezen. Hij zal denken dat ik ben ingestort in het toilet. Net wat ik nodig had.

Ik wandel terug naar ons tafeltje en zie dat mijn cocktail op me staat te wachten. Goed. Alcohol. Dat verzacht altijd de zaak. Eentje mocht wel, had ik mezelf verteld, daarna zou ik overschakelen op mocktails – mijn auto stond immers braaf op me te wachten in een van de vele ondergrondse Brusselse parkings. Dries deed wat elke moderne volwassene dezer dagen doet als hij of zij alleen wordt achtergelaten aan een tafeltje: hersenloos door zijn Facebookfeed scrollen op zijn smartphone.

“Terug”, zeg ik, en ik lach nerveus. “Ik zie het”, zegt hij, en hij lacht nerveus. Een hoopje mojito vindt zijn weg door mijn lichaam en ik hoop dat-ie mij de moed zal geven om eindelijk iets te zeggen dat niet onder de categorie ‘werk’, ‘weer’ of ‘wereldpolitiek’ valt.

“Zo!”

Ik lach mijn tanden bloot en voel me werkelijk idioot. Ik wou afspreken met Dries. Ik stelde deze plek voor. Waarom zit ik hier dan als een debiel te spelen met de twee rietjes in mijn cocktail in plaats van tot de kern van de zaak te komen?

“Leuk om je nog eens te zien”, zegt Dries, maar ik weet niet in hoeverre hij het meent en in hoeverre het niet gewoon gespreksvulling is. “Ik ben blij dat je hebt toegezegd”, antwoord ik, en ik slik mijn laatste brokje nervositeit weg en neem een flinke hap adem. “Ik wou je echt nog eens zien. En praten, en zo. Over ons. Nu ja, over hoe het allemaal… Je weet wel. Eindigde. En zo.” Dries trekt zijn wenkbrauwen op. “Ik heb je nog nooit zo over je woorden weten struikelen, Loen”, zegt hij, en hij ontkruist zijn benen. “Waarom wou je me zien?”

Ik wist exact wat ik wou zeggen. Ik mis je. Ik mis je. Ik mis je. Drie woorden die als één woord zouden uitgesproken worden, want zo werkt onze taal nu eenmaal, gebaseerd op het Frans, de Romaanse taal waarin alle woorden ook in één adem aan elkaar gekoppeld worden. Enchaînement, heet ‘t. De Nederlanders doen dat niet. Zij zijn niet beïnvloed door de Fransen. Zij zeggen gewoon: ik mis je. Ik wil gewoon schreeuwen: kmisje.

“Gewoon. Ik wou weten hoe ’t met je gaat.” Ik wil weten of je nog veel aan me denkt. Ik wil weten of je me ook mist. Ik wil je alles vertellen. En ik wil opnieuw beginnen.

Hij haalt zijn schouders op. “Goed, denk ik. Druk op ’t werk. Maar nu Vincent op vakantie is, heb ik wel het hele huis voor mezelf en kan ik me zonder problemen op mijn taken concentreren.”

Vincent. Het horen van zijn naam brengt me even van de wijs. Ik kan me niet meer herinneren wanneer ik hem voor ’t laatst heb gezien. Wanneer ik voor het laatst zijn stoppelbaard over mijn mond liet schuren. Ik denk aan zijn kussen en ’t doet me niets. Ik denk aan mijn bedrog tijdens ’t daten met Dries en ’t doet me alles. Ik moet het hem vertellen. Als ik ooit nog close wil zijn met Dries, hetzij als vrienden, hetzij als meer, dan moet ik van nul beginnen.

Dit alles gaat door mijn hoofd terwijl ik mezelf hoor vragen of Vincent nog lang weg blijft. Ik maak conversatie. Het kan me geen zak schelen of Vincent nog lang wegblijft. Ik besef plots dat Vincent niets meer is dan een geweldig ritje op een rollercoaster die het schopt tot de cover van een of ander magazine dat zich focust op de beste kicks. “Goh, ik weet het niet”, antwoordt Dries, en denkrimpels plooien zijn voorhoofd. Hij ziet er zo goed uit. “Ik zou denken, eind deze week? Ik heb hem al een tijdje niet meer gehoord, hij zal vast aan het genieten zijn van zijn uitje met…” Dries praat verder, maar ik hoor niets meer. ’t Is tijd.

“Dries, ik moet je iets vertellen”, zeg ik, en leg mijn hand enkele seconden op zijn hand om hem te doen zwijgen. “Ik… Vincent en ik, ik moet het je echt vertellen. Ik zit er zo mee. We…”

“Ik weet wat je me gaat vertellen hoor”, zegt Dries, en hij grijpt volledig ontspannen naar zijn biertje en nipt er eens van. Ik ben volledig uit het lood geslagen. De mooie ijskraag van mijn mojito is ondertussen al volledig verdwenen en ik had ’t cocktailglas nog maar amper aangeraakt sinds ’t er stond. Nu zocht ik de beheersing om ’t in één keer in mijn mond te gieten. Alcoholverlamming leek nu erg aanlokkelijk. Niets anders dan een doffe impressie van loungebeats en het vage besef van de aanwezigheid van anderen.

“Hoe bedoel je?”

Dries kijkt naar me en niets aan hem verraadt woede, verdriet, verrassing, verontwaardiging, verbazing, laat staan interesse in wat ik zonet heb gezegd. Hij lijkt eerder gewoon te genieten van mijn niet-begrijpend gezicht. Hij plaatst zijn pint terug op de tafel, na een laatste slok, en slaakt een kleine zucht.

“Ik weet van je geschiedenis met Vincent en hijen ik wonen in hetzelfde huis. Denk je nou echt dat ik ’t niet wist?”

Ik weet absoluut niet waar ik het heb. Dries weet dus dat ik meermaals hogere sekssferen heb opgezocht met zijn huisgenoot? Zijn beste vriend, nota bene? Wat is dit? De seizoensfinale van één of andere B-soap? Ik open mijn mond, sluit hem dan terug, open hem dan weer – en sluit hem dan gewoon terug. Dries lijkt ’t plots erg naar zijn zin te hebben en geniet nu zonder verstoppen van mijn sprakeloosheid.

“Ik heb het aan Vincent gevraagd. Hij vertelde me zonder aarzeling wat er was gebeurd.”

Nu val ik al helemaal van mijn stoel, al zat ik eigenlijk op een chaise longue die al zo laag bij de grond stond dat ik me niet eens meer zou bezeren. Vincent heeft ’t aan Dries verteld? Vincent, die nog zo tegen me zei dat hij werkelijk dood was als Dries ’t ooit te weten zou komen? Mijn hand reikt naar de mojito en na enkele seconden plaats ik het nu nog maar halfvolle glas weer op zijn viltje. “Vincent heeft het je verteld?” Het is een domme vraag, maar ik moest nog even de bevestiging krijgen dat Vincent echt had gedaan wat ik ‘m nooit zag doen: vriendschap boven seks kiezen.

“Waarom maak je hier nu zo’n gedoe van? ’t Gebeurde toen we pas op onze vierde date waren. Uiteraard was ik kwaad op je, en kwaad op hem, maar ergens is het begrijpelijk dat jullie zo intens op elkaars aanwezigheid reageerden nadat jullie elkaar zo’n lange tijd niet hadden gezien. Ik heb er wel aan getwijfeld om je die nieuwe kans te geven, maar Vincent verzekerde me ervan dat het niet meer ging gebeuren.”

Leeg. Ik zoek een ober, hef mijn glas omhoog en probeer hem duidelijk te maken dat ik er zo nog één wil. De pot op met mijn auto. Al betekent dit dat ik de avond in één of ander guur hotel moet doorbrengen in Brussel. Of in een ondergrondse parking op de achterbank van mijn grijze Golf. Dit is te veel. Op dit moment heb ik liever te veel promille in mijn bloed dan zorgen aan mijn hoofd. Als ik het goed begrijp – en ik weet niet of ik het goed begrijp, ik weet niet of ik überhaupt nog iets begrijp – had Vincent Dries alleen maar over onze stomende kus verteld, de eerste van vele keren dat Vincents tong zijn weg vond tussen mijn lippen tijdens mijn romance met Dries.

“Dus je weet ervan?”, zeg ik, niet wetende wat anders te zeggen, te bang om informatie vrij te geven die Dries blijkbaar nog niet wist. Hij knikt. “Je had het me moeten vertellen, Luna. Je hebt het al die tijd voor me verzwegen. Ik zou graag weten waarom. Had je er de moed niet voor? Was je bang voor mijn reactie? Ik weet inderdaad ook niet hoe ik zou gereageerd hebben op het nieuws “hey, Dries, ik heb je beste vriend met veel overgave gekust toen jij even vijf minuten naar je werk moest”, maar dan hadden we er op zijn minst over kunnen praten. Vincent was wel mans genoeg, waarom jij niet?”

Ik heb je beste vriend met veel overgave gekust. En gepijpt. En bereden. Meermaals. Ook op dat kookeiland. Mijn hoofd tolde en toen mijn nieuwe mojito voor mijn neus werd gezet, kon ik nog net ‘dank je’ prevelen alvorens te ontsnappen in een nieuwe slok ontkenning. Dries leek te wachten op een antwoord, maar dat kwam niet. Ik wist niet wat zeggen. Ik wist niet wat doen.

“Ik heb écht getwijfeld, Loena”, zegt hij, zijn hand op ’t mijne plaatsend, alsof hij me wou wakker schudden uit het mooie droombeeld dat ik voor mezelf aan het schetsen was – dat ik daar niet was, maar op een andere plek, ’t liefst een plek ver weg van Brussel, met palmbomen, een frisse zeebries die zandkorrels met zich meebracht; een plek waar het verboden was te denken, waar boetes werden uitgedeeld voor ’t hebben van verdriet, waar waarschuwingen werden gegeven voor elke traan die de grond raakte. “Ik vond je leuk, echt, en ik wou zien waar de toekomst ons kon brengen, maar ik heb écht getwijfeld. We hebben het uiteindelijk helemaal niet zo lang meer volgehouden, maar zonder Vincent had ik er datzelfde weekend nog ’n punt achter gezet. Echt waar. Als hij me niet had verteld dat ’t eenmalig was, omdat ’t ook serieus aan ’t worden was tussen hem en Tine, dan was je me veel sneller kwijt geweest dan nu ’t geval was. En dat je me uiteindelijk kwijt raakte, had op de een of andere manier vast ook wel te maken met ’t feit dat je ’t zelf niet aan me opbiechtte. Ik wist niet of ik je kon vertrouwen. Ik weet dat nog altijd niet. Waarom heb je het me in godsnaam niet gewoon verteld? Zeg toch iets. Waarom heb je het me niet gewoon verteld?”

Omdat ’t ook serieus aan ’t worden was tussen hem en Tine.

“Omdat het een vergissing was”, zeg ik, en mijn stem beeft. “Het was een vergissing, en het had nooit mogen gebeuren, en het spijt me.” Ik probeer mijn ademhaling onder controle te krijgen, die door mijn snelle hartslag volledig ontregeld was. “Het was een vergissing.” Een eenzame traan staat op het punt uit mijn ooghoek te rollen. “Het was een vergissing, Dries.”

En dat was het ook. Alles was een vergissing. Alles was verkeerd. Fout. Omdat ’t ook serieus aan ’t worden was tussen hem en Tine. Alles was een vergissing. Het was een vergissing, en het had nooit mogen gebeuren.

Ik proef de zoute traan die landt op mijn mondhoek, kijk Dries recht in de ogen en snak er meer dan ooit naar om in zijn omhelzing te vluchten en alles achter ons te laten. Zijn hand ligt nog steeds op tafel, uitnodigend, of uitdagend, of, gewoon, omdat ’t daar comfortabel ligt. Ik sluit mijn vingertoppen om zijn pols en zeg het nog een laatste keer. “Het was een vergissing, Dries, en het spijt me”, en ik wist dat Dries mijn verontschuldigingen alleen zou projecteren op de kus, die ene kus waar hij kennis van had, maar alles speet me. Al mijn kussen speten me. Alles speet me. Alles was een vergissing geweest. Alles was verkeerd. Fout. Omdat ’t ook serieus aan ’t worden was tussen hem en Tine.

Wat moet je toch met Dries?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s