Dag, Tom.

“Hier.”

Hij plaatst een dampende tas koffie voor mijn neus en ik plaats beide handen rond de kop. De warmte doet me goed, en de koffiegeur verzacht het harde bonken in mijn hoofd. Heb ik altijd. Slecht slapen staat de volgende dag garant voor een hele voormiddag hoofdpijn. Ik voel de hitte tintelen in mijn vingers en laat ’t kopje los. Zwart is ‘t, best wel trendy, eigenlijk – in een slordig lettertype staat in ‘t wit ‘wake up’ erop geschreven. Zou ik anders wel willen. Wakker worden. Helaas ben ik al mijn capaciteiten om te functioneren vergeten in Toms bed. Hij leunt loom tegen de muur en nipt even van zijn thee. Tom is niet zo’n fan van koffie als ik, al moet ik zeggen dat de liefde bij mij ook nog pril is – tot een kleine twee maand geleden had ik het nog nooit gedronken. Koffie zei me niets, en thee zegt me nog altijd niets.

Zijn blik valt op mijn borsten, die half verstopt zitten onder mijn warme trui. Ik had ‘m niet dichtgeritst, waardoor mijn tepels nét niet (of soms nét wel) te zien zijn. Ik had gehoopt dat ’t iets in hem zou wakker maken, zijn penis bijvoorbeeld, ik zeg nu maar iets, maar al snel richt hij zich terug op zijn warm-water-met-een-smaakje (ik kan me echt niet inbeelden dat iemand zoiets lekker kan vinden) en neemt een slok. Zo is het een tijdje stil. Ik begin met mijn nagels te tikken op de keukentafel, want ik kan er niet tegen. Ik kan hier niet tegen. Er is iets mis, we weten het allebei, maar niemand zegt ‘t, en die grote olifant staat maar wat te stampen en kabaal te maken in de kamer.

“Hoe heet ze?”

Hij verroert zich niet, maar ik merk aan zijn lichaamstaal dat hij de vraag niet had verwacht. Hij zucht, zet zijn tas neer en plaats beide handen naast zijn op het aanrecht.

“Maakt dat iets uit?”

Eigenlijk niet, nee, maar een naam maakt alles wel veel echter. Een naam geeft de mogelijkheid tot gissen. Ik vind dat elke naam een karakter en een uiterlijk oproept, al kan dat natuurlijk ook afhangen van de personen die ik zelf ken met die naam. In ieder geval, ik was gewoon erg nieuwsgierig, en ik wou me een beeld kunnen vormen bij het meisje dat Tom, een jongen die mij enkele maanden geleden afwees toen ik opbiechtte wel iets voor hem te voelen, een jongen die liefde niet kent, die liefde niet wil kennen, die gevoelens afblokt en verstopt… Het meisje dat Tom zo ver kreeg om mij deze morgen gewoonweg niet aan te raken, geen seconde, zelfs niet per ongeluk, omdat hij dacht dat ’t met haar wel iets kon worden.

“Ik maak maar gewoon conversatie, hoor.”

Hij zwijgt. Een mens begint zich wel af te vragen wat nu juist zijn probleem is. Het is tien uur ’s morgens. Negen uur geleden trok hij nog hard aan mijn haar om het ritme van mijn pijpen te bepalen alvorens een prachtig kreunconcert in te zetten en volledig uitgeteld in zijn kussen te vallen, terwijl ik bleef zuigen tot hij stopte met schokken en begon te krimpen. “Wat doe je dat toch goed”, zei hij, en hij slaakte nog wat gelukzalige zuchtjes en trok me dichter in zijn armen om me pas enkele minuten later weer los te laten – de douche lonkte, en daarna ook de slaap. Negen uur geleden. Nu zit ik aan zijn keukentafel met de kennis van een meisje dat als eerste persoon ooit een vlag, al was het nog maar een kleine, heeft kunnen planten op Toms hart: een kleine stap voor haar, misschien, maar een enorm grote voor hem.

Een mens kan zich ook beginnen afvragen wat mijn probleem is. Waar maak ik me nou druk om? Tom is synoniem voor seks. Vroeger stond zijn naam voor vlinders, en daarna voor hartsplinters, maar toen kwam de mantel des winters en nu is hij effectief gewoon een van mijn favoriete bedsprinters. Ik mis Dries, en dat lieg ik niet. Ik mis zijn warmte, en ik mis zijn lach. Onder de lakens was hij echter nooit een prijsbeest. Tom zet mijn wereld op stelten, doet me dingen doen die ik eerder niet deed, dingen zéggen die ik eerder niet zei – eerlijk, ik weet niet of hij het echt zou halen van Vincent, maar hij komt wel heel erg dicht in de buurt. En aangezien ik die laatste nu liever een tijdje vermijd, was hij mijn eerste keuze. En nu is-ie weg. Ben ik ‘m kwijt.

“Nu niet om onbeleefd te zijn, want ik zit er niet mee, maar, blijf je nog lang? Moet dringend nog eens stofzuigen hier, en ik vind het leuker als een meisje – als niemand, eigenlijk – dat kan zien.”

Hij doet echt nog een poging om grappig te zijn, en dat apprecieer ik. Hij wil me buiten, en ik wil hier eigenlijk ook niet meer zijn. Dit voelt gewoon gek. Ik weet niet wanneer ik Tom nog eens ga terugzien – of ik hem nog eens ga terugzien, want onze wegen kruisen alleen maar op een seksrondpunt. Ik duw me recht aan de tafel en loop naar de slaapkamer om me aan te kleden. Even twijfel ik nog om ostentatief voor zijn neus mijn slipje te wisselen en mijn borsten in mijn bh te stoppen, maar ik beslis dan toch maar om het achter gesloten deuren te houden. Hij heeft zijn oog op een meisje. En dat is goed voor hem. En oké voor mij. Denk ik.

Ik rits mijn trui dicht terwijl ik terug naar de keuken wandel en steek mijn voeten in mijn favoriete rode pumps. Hij staat uit ’t raam te kijken en hoewel ik weer eerst twijfel, besluit ik dan toch om het te doen. Ik wandel naar hem toe en sla ik mijn armen om zijn middel heen. Hij legt zijn handen op de mijne en ik rust mijn hoofd op zijn schouder.

“Ik ga je missen.”

Hij draait zich om, neemt mijn handen en sluit ze weer achter zich. Ik weet niet of ik ooit al echt geknuffeld heb met Tom. Hij drukt zijn lippen tegen mijn hoofd, en ik denk dat hij er misschien wel een kus op gaf, maar of het nu zo is of niet, zijn dichte aanwezigheid voelt erg fijn.

“Ik jou ook.”

Ik laat los en wandel naar de keukentafel om mijn jas van de stoel te halen. Ik pak nog snel mijn tas koffie om een slok te nemen, maar die is uiteraard al koud. Even koud als de gure wind buiten, even koud als de regendruppels op mijn neus, even koud als het stuur van mijn auto. Ik sla mijn pinker aan en rijd weg uit Toms straat. “Dag, Tom”, zeg ik luidop, en besef dan hoe stom dat eigenlijk is – maar ’t is wel zo. Ik vind blindelings de weg naar de autostrade en ’t doet me denken aan de eerste paar keren dat ik de weg naar Toms appartement moest zoeken. We maakten toen eindeloos veel keren het TomTommopje, dat ik best mijn TomTom meenam, om de weg te vinden naar Tom, met de TomTom. Een glimlach speelt me om de lippen en ik besef dat ik een heleboel leuke herinneringen aan hem heb – aan Tom. Hij is daar, ik ben hier, en met elke seconde komen er wat extra meters tussen ons in – een afstand die niet snel meer ingekort zal worden. Maar ’t is goed zo. Ik draai de volumeknop open en vlucht weg in een vette bass line.

Dag, Tom.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s