Een ongezonde geest in een poging-tot-gezond lichaam

Het vlees siddert op de bakplaat en het had evengoed mijn gedrag kunnen zijn dat op de rooster werd gelegd. “Ik snap het echt niet, weet je”, zegt Hanne. Ze prikt even in de worstjes alvorens ze om te draaien en gaat pas verder als het sudderende geluid dat daaruit volgde volledig verdwenen is. “Jij zit hier een beetje te balen omdat één of andere kerel, wiens naam ik überhaupt niet eens heb onthouden, je vriendelijk heeft bedankt voor je diensten, terwijl je wel de hele tijd dat jullie elkaar zagen zijn huisgenoot naar de pleures hebt geneukt?”

Ik koop mezelf wat antwoordtijd door een krakerig driehoekig chipje in een dipsaus te roeren en daar lui op te kauwen. Het is ondertussen drie, vier dagen geleden dat Dries me liet voor wat ik was en vreemd genoeg is dat nog steeds het eerste waar ik aan denk als ik opsta. Ik open mijn ogen, zie mijn vintage zwart-wit klokje, dat helemaal niet zo vintage is, maar gewoon een zwak afkooksel van zijn origineel dat ik kocht in de Ikea; zie vier cijfers die half dansen en me half doen beseffen dat daar andere cijfers hadden moeten staan, tijdterugdraaiende cijfers– ik open mijn ogen en ik denk aan Dries. En ik snap dat evenmin als Hanne dat snapt.

“Loen. Ik heb gelijk, toch?”

Ik hef mijn hoofd en kijk naar één van mijn oudste, beste, maar tevens ook meest gemene vriendinnen. Ze weet het niet, maar ze is eigenlijk exact zoals ik; ik ben er ergens van overtuigd dat ze zo hard is over de manier waarop ik mijn leven leid omdat ze stiekem wel weet dat het hare er bijna een kopie van is. Enkele minuten voor ze me de harde vraag voorschotelde, vertelde ze me nog dat ze met één van mijn afdankertjes d’r gang was gegaan – “inderdaad niet veel in de broek, en dat lipbijten was vreselijk vervelend – maar ik heb er toch één orgasme uit gekregen, en doen we het daar niet allemaal voor?”. In ieder geval, daar staat ze dan, met haar bbq-vork naar me te zwaaien, wachtend op de bevestiging van iets wat ze zelf allang denkt te weten. Zij heeft gelijk. Toch?

Natuurlijk is het hypocriet. Alles is hypocriet. Ik ben hypocriet. Dries was niets dan lief voor me terwijl ik meer snakte naar Vincents kruis dan iets anders. Dries had volledig gelijk toen hij me vertelde dat hij het gevoel had dat ik wel naar ‘m keek, maar ‘m niet zag. Dat ik zijn ogen kon doorboren met de mijne, maar dat ze gewoon leegte uitstraalden, een kaal versgeoogst veld. Waarom deed ’t me dan zo veel? Waarom kon ik Dries dan maar niet uit mijn hoofd zetten?

“Ik snap het ook niet, het is, ja, kijk, het is… Het is gewoon ingewikkeld.”

Ingewikkeld. Larie. Een dochter die aan haar vader moet uitleggen dat ze zwanger is van de bakkerszoon, terwijl die jongen al jarenlang trots voorzitter is van de gemeentelijke homobeweging, dat is ingewikkeld. Het geslacht van een konijn bepalen, dát is ingewikkeld. Een eeuwenoude mummie in een of andere sarcofaag in Egypte, dat is ingewikkeld, verdomme. Dit is klare koek: Dries voelde zich niet geliefd, en ik lag meermaals op de noten van zijn beste vriend te sabbelen. Pure logica, dit.

“Nou, ik snap het nog altijd niet. Hier.”

Ze gooit een worstje op mijn bord en duwt de pot met groentjes naar me toe. Op zich het minste wat ik kan doen: gezond eten. Dan hebben we toch al dat gezond lichaam. Al moet aan die gezonde geest overduidelijk nog gewerkt worden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s