“Why does it feel so good, so good to be bad? ” – D. Guetta

Ik lig op Vincents borst cirkeltjes te draaien rond zijn navel. ’t Is stil. Af en toe schrikken we op van het wild rijden van een lijnbus over de kasseien, telkens hopende dat het ditmaal écht de laatste was – het is immers al half één ’s nachts.

De volgende dag zou Olivia me vragen hoe het in godsnaam kon gebeuren. Ik zou “kweenie. ’t Ene moment had ik mijn pintje vast, ’t ander zijn penis” antwoorden, en dat zou een volledig waarheidsgetrouw antwoord zijn.

Ik ging immers gewoon even langs om mijn trui op te halen, die ik enkele avonden daarvoor vergeten was bij Dries. Dat ik besliste om langs te gaan wanneer Dries er zélf niet was, is puur toeval. Dat ik de hele weg naar daar aan mijn broek frunnikte omdat ik mijn meest sexy string aanhad en dat ding nu eens echt niet comfortabel zit (vrouwen haten strings eigenlijk, weet je. Nu goed, deze vrouw toch. Voor niets goed, behalve dan voor een erectie) – absoluut niets te maken met het feit dat ik Vincent zou zien. Irrelevant. Randinformatie die je zo snel mogelijk weer mag vergeten.

Als er één ding is dat altijd op me werkt, dat mij prikkelt, mij doet tintelen en zinderen, me doet verlangen als een net gestopte roker naar een sigaret – dan is het zijn geur. Ik stap de ruimte binnen, hoor hem een flesje bier voor me opendoen en ga gewoon in de zetel zitten. De kussens zakken een beetje in terwijl hij me ’t pintje aanreikt en zelf zijn voeten op de glazen tafel in de living legt. “Pas op”, zeg ik, “dat gaat nog fout aflopen.” Hij volgt mijn blik naar de kleine cactus en lacht. “Ik kan wel tegen een stootje”, zegt hij, en om zijn woorden kracht bij te zetten schuift hij zijn kousenvoetjes nog iets dichter bij de prikplant. “Ik meestal ook wel”, zeg ik. “Meestal tegen meer dan één”, repliceert hij, en hij plaatst z’n bier aan z’n lippen.

Welgeteld twee seconden voel ik me slecht. Denk ik aan Dries. Aan zijn zachte vingers over de welving van mijn rug, zijn kusjes op mijn schouders, zijn schattige snurkjes als hij op zijn rug ligt te slapen. Twee seconden lang stel ik me zijn gezicht voor en doe ik mezelf beseffen wat ik op het punt sta te doen. Dan zet ik mijn pintje naast de cactus, kijk ik naar Vincent, doe ik zijn broek open en begraaf ik mijn gezicht in zijn kruis.

“Wat moet je toch met Dries?”

Hij heeft mijn hand vastgepakt en ’t weg van zijn navel en weer dichter naar zijn piemel toe genavigeerd. Het is de derde keer die avond dat hij die zes woorden in de mond neemt. De eerste keer was ongeveer vijf seconden nadat ik mijn mond om zijn ‘derde been’, zoals-ie het zelf zo graag noemt, gesloten had; de tweede keer terwijl hij mij op mijn buik draaide en mijn bh losmaakte. Nu, de derde keer, zei hij het fluisterend, alsof hij besefte dat ik de vraag ondertussen al genoeg gehoord had.

“Zwijg.”

Ik duw mijn lichaam tegen zijn warme lijf terwijl ik rustig met zijn penis begin te spelen. Zachtjes. Hij ademt zwaar in mijn oor. “Je zegt me niet zomaar dat ik moet zwijgen, weet je”, zegt hij, en hij grijpt mijn hand in een poging mijn grip op zijn lid wat te versterken. “Dan doe ik je wel zwijgen”, hijg ik – dat is wel degelijk mogelijk, om woorden te hijgen, of zo ondervond ik het toch – en ik kus hem vol op de mond. Jezus, ik kan er echt amper van over hoe goed die man kan kussen. Hij trekt aan mijn haar en duwt me recht, terwijl hij geen seconde mijn lippen loslaat. Hij positioneert mij daar waar elke man wel een vrouw gepositioneerd wil zien, en ik wil het, en hij wil het, en wij willen het, dus, nou, ja, daar zit ik dan, de huisgenoot van mijn semi-vriendje te berijden. ’t Is volledig donker in de kamer, maar ik weet exact waar zijn ogen zijn. Waar zijn lippen zijn. Waar alles is. Hoe alles is. Het is zo lang geleden dat ik nog eens ervoer hoe ’t is om met Vincent mijn hoofd te verliezen, mijn spraakvaardigheid, mijn ademhaling, gewoonweg alles. Wat een geweldig geheugen heeft-ie ook – zijn vingers in mijn rug zetten, in mijn nek bijten, mijn rug strelen, god, hij weet het allemaal nog – hoe hij subtiel meebeweegt op mijn ritme, maar weet hoe graag ik dat ritme zelf bepaal, hoe ik geniet van die macht.

En toch, toch had ik bijna, toen hij, in pure extase, zijn hoofd in mijn hals begravend, zijn handen mijn billen vastpakkend – toch had ik bijna, toen hij mijn naam samen met een lange zucht slaakte, bijna ‘Dries’ gezegd, in plaats van Vincent.

Of ik mezelf een beetje heel veel aan het verwarren ben met al die stiekeme escapades en foute (of juiste?) (of foute?) (of juiste?) beslissingen? Nou. Doe ’n gok.

“Als Dries dit te weten komt, dan hang ik, weet je”, zegt-ie, nadat we twee minuten in stilte ons sekszweet hebben laten opdrogen. Ik besef maar al te goed wat Vincent zegt. Ik hang ook, als Dries dit ooit te weten komt. Maar het voelt zo goed om zo slecht te zijn, en ik weet niet hoe het komt – David Guetta en ik hebben die eigenschap gemeenschappelijk (even een kleine bekentenis: dat nummer haalt echt de slechtste, meest extatische, vreselijkste dance moves in mij naar boven) (als ik er dan nog bij begin te zingen, dan, nou ja, je snapt het wel). Ik ga op mijn ellenboog steunen en streel over zijn wang. “Ik weet niet wat ik met Dries moet”, zeg ik, eindelijk zijn vraag beantwoordend. Hij knikt en trekt me dichter. “Zorgen voor morgen. De laatste bus is nu écht al wel voorbijgereden, denk ik, en jij hebt me van mijn laatste greintje energie geroofd. Slaap lekker, kleine.” Welgeteld een halve minuut duurt het vooraleer hij van me wegrolt en aan de andere kant van het bed belandt. Ik besluit nog even naar mijn gsm te kijken alvorens dan maar de grote lepel te spelen om alsnog van zijn warmte te genieten – ik herinner me namelijk nog perfect dat Vincent een groot probleem heeft met het delen van de dons, dus dan moet hij maar kachel spelen. Ik zie twee sms’jes van Dries. In ’t één vertelt hij me een grappige anekdote over de man die voor hem stond aan te schuiven in de frituur, en het is écht wel een grappig verhaal; in ’t ander vertelt hij dat hij nu duizend keer liever naast mij in zijn eigen bed zou willen liggen in plaats van in het logeerbed van z’n ouders, waar hij het hele weekend verblijft om hun huis wat te helpen renoveren.

Schuld bekruipt me en omarmt me op hetzelfde moment dat ik mijn armen om Vincent leg. Ik knijp in zijn hand en doe alsof het m’n eigen hand is, alsof ik mezelf tevergeefs wil wakker maken en wil doen beseffen dat ik echt iets verkeerds heb gedaan. Aan het doen ben.

Toch zou ik die volgende morgen in hetzelfde huis als enkele avonden daarvoor wakker worden. Alleen zou ik uit een andere slaapkamer komen, met de geur van een ander in mijn lijf gebrand.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s